‘Zo, wat heb jij een ogen!’
‘Hoezo, wat is er met mijn ogen. Staan ze scheef ofzo? Wat kijk je eigenlijk?’
‘Ze vielen me juist op.’
‘Wat? Jij bent echt niet te stoppen. Loens ik soms?’
‘Ik hou wel van een lichte loens.’
‘Lekker hoor, je vindt me dus scheel. Vind je ook nog wat van mijn mond?’
‘Jazeker. Wat een mond!’
‘Hee Karel, deze jongen staat me hier een beetje af te zeiken.’
‘Echt niet. Je bent gewoon zo bijzonder.’
‘Ja, ja, zeker net als baby’s die een bijzondere naam hebben, terwijl je het gewoon niets vindt. Karel!’
‘Laat Karel maar. Ik vertrek wel. Ik probeerde alleen wat positiefs uit te zenden.’
‘Nou dat is dan mooi mislukt; zendamateur!’


Een prettig gesprek!