Midden in de nacht word je wakker. Je bent alleen.
Snel kleed je je aan, je gaat naar buiten en roept haar naam.
Niets.
Je gaat de stad in en je blijft haar roepen. Haar naam echoot in de smalle steegjes, haar naam trilt op het water van de grachten. Maar ze antwoordt niet.
Mensen lopen door de stad, twee-aan-twee. Ze hebben haar niet gezien, ze zeggen dat je stil moet zijn, ze draaien hun rug naar je toe.
Doelloos loop je verder.
Dan vind je haar; ze is een struik geworden in het perk bij het museum. Je wilt bij haar zijn. Je gaat heel stil staan, voeten in de grond, en je wacht tot je een boom bent.

Prachtig!
Mooie metaforen.
Bijzonder …
Schitterend.
Mooi Gijs, voel de wanhoop.
Prachtig
@Nel, @Levja, @Marlies, @Anneke, @Inge, @Ingrid:
Dankjewel voor jullie commentaar!