Laatst plaatste ik hier het stukje “Provençaalse snert” waarin een Nederlander aan de receptie van een camping in Frankrijk de vraag “Est-ce-que vous avez een pingpongtafel?” stelde. Die vraag riep enkele vragen op. Vragen die precies bevestigden wat ik wilde aangeven. Ik vond toen niet voldoende flegma om flegmatisch te reageren.
“Est-ce-que” (lees en zeg “eske”) is een (wat verouderde) standaardformulering die leerlingen van de basisschool na enkele lessen Frans al kennen. Dat “vous” de beleefdheidsvorm is weten ze ook al gauw. En “avoir” is het eerste of tweede werkwoord dat de kinderen leren vervoegen. “Est-ce-que vous avez” is dus geen lastige constructie die een door God geschonken talenknobbel vraagt. Maar “een pingpongtafel” is un autre morceau de gâteau. Vandaar.

Un autre morceau de gâteau: Les gehad van Louis van Gaal zeker? hartje
Mon chapeau à cette interprétation. <3
Het zelfstandige naamwoord pingpongtafel is inderdaad stukken lastiger. Het blijkt ‘une table de ping-pong’ te zijn. Spreid het woord.
En écht waar, ik zweer het! Die vraag “Est-ce-que vous avez een pingpongtafel?” heb ik werkelijk een Nederlander horen stellen aan die receptie. De rest van het stukje is fantasie.
Van Gaal speel ooit bij FC Antwerp. ‘Trainer, trainer, ik kan alles met een bal”. “Kan best zijn, Louis.” zei de flegmatische Guy Thys, “Maar je hebt hem nooit!”