Het is warm in de bus. Mijn benen plakken aan de stoel.
Mama wijst in het boek met dieren. ‘Kijk, het lammetje loopt naar de bok.’
‘Dat is een geit.’
‘Dat klopt. Een mannetjesgeit heet een bok.’
‘Wat stom.’
Er gaat een meneer voor ons zitten. Hij heeft geen haar. Er zitten druppeltjes op zijn hoofd. En dan zegt hij allemaal vreemde woorden. Het enige dat ik versta is ‘bos’.
‘We gaan niet naar het bos,’ zeg ik.
Hij glimlacht. Er zitten gele tanden in zijn mond.
‘Die meneer spreekt Engels, lieverd. Hij vraagt of je het leuk vindt, in de bus.’
Ik schud mijn hoofd, kijk naar het boek.
Mama slaat de bladzij om. Daar staat een grote ezel.


Ik beleef het helemaal mee, goed geschreven! Herkenbare situatie, en prima gebruik gemaakt van alle zintuigen.
Dank je, Hekate! 🙂
Mooi schetsje, Janine!
met vriendelijke groet + hartje,
Chris
Dank je zeer, Chris!
Mooi vanuit de belevingswereld van het kind geschreven, Janine.
Bedankt, Nel!