‘Welkom, hoe was de reis?’
‘Vond het fijn dat de piloot wist te landen. Waarom is de aarde hier bloedrood?’
‘Mijn Hummer staat klaar, stapt u in?’
‘Goed, commandant, als u mijn hand loslaat.’
‘Ik hoor dat u onder bescherming van de generaal staat?’
‘Inderdaad, hij hecht aan mijn leven. Is het mogelijk een ander rimboepad te nemen? Stop ogenblikkelijk! Wat doet die man daar aan een touw?’
‘Ik denk dat het een dief is en hij wordt opgehangen. Hij had ook in een aangestoken autoband kunnen zitten.’
‘U haalt nu het touw van zijn nek!’
‘Wie zegt niet dat als wij de bocht om zijn hij toch wordt opgehangen? Er staat een maaltijd voor u klaar. Kip in pindasaus.’

@Frank, ik heb ‘Overleven’ willen plaatsen in de schrijfwedstrijd ‘Maaltijd’. Het staat nu twee keer onder ‘Recent’ en niet bij ‘Maaltijd’. Wil je het alsjeblieft goed zetten? Dank je.
Die vind ik leuk.
De op 3 na laatste zin klopt niet helemaal. Verder een interessant stukje. Naast elkaar praten is ook een dialoog.