Toen zij de bleke kringen op het kersenhouten tafelblad zag besefte ze dat het moment was aangebroken dat ze die ondingen moest kopen. Ze keek even door haar zonnige kamer, keerde weer terug naar de tafel met kringen en zuchtte diep. Ze had een tamelijk grote aversie ontwikkeld in haar jeugdjaren voor onderzetters die onder een glas werden gezet oftewel bovenleggers die boven op de tafel werden gelegd, irritante tussenwerpsels die zich bevonden tussen het object en de tafel. Noodgedwongen trok ze haar schoenen aan en liep naar Blokker. De vlammen sloegen uit in haar nek toen ze teveel doosjes zag waarin er tien of twaalf stuks waren verpakt.
Ze wilde er vier of zes.
Dat vond ze precies genoeg.

@Madeleine: Schoot spontaan in de lach op de vroege morgen. Tussenwerpsel is een prachtig woord!
@Madeleine, bovenleggers als tussenwerpsels vind ik origineel.
In de eerste zin hoort een komma geplaatst te worden tussen zag en besefte. (Regel: er dient en komma geplaatst te worden tussen twee persoonsvormen.)
Zoals het er staat, lijkt “dat ze die ondingen moest kopen”, terug te verwijzen naar de kringen, welke eerder in de zin genoemd werden.
De tweede zin is te lang en de woordvolgorde is niet steeds logisch. De zin kan beter opgedeeld worden in een een paar zinnen.
Men loopt naar “de Blokker”, wanneer men een winkel bedoelt met die naam. Zonder lidwoord loop je naar iemand die Blokker heet, of naar een plaats in West-Friesland.
Teveel zou hier te veel moeten zijn. Zie: http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/775/
– waarin er tien of twaalf stuks waren verpakt.
“Er” is hier overbodig. Of “stuks”. Allebei is dubbelop.
In de laatste zin lijkt “precies” niet goed te zijn. Ze wil er vier OF zes. Het is allebei goed, dus dat is niet heel erg precies.