‘Hallo, goedemiddag, mag ik?’
‘Het bankje is van iedereen.’
‘Mooi, ik ben John.’
‘Dag John, smakelijk.’
‘Dank je. Potverdorie, mijn mosterd druipt.’
‘Geen erg.’
‘Sorry toch.’
‘Nee hoor.’
‘Zeg, ik vroeg me af; wat zit jij hier aldoor te doen?’
‘Wie ik?’
‘Ja, jij’
‘‘Bespied je me dan?’
‘Nee, helemaal niet. Ik merkte het gewoon.’
‘Hoe dan?’
‘Ik woon ginds aan de overkant.’
‘Oh, op die manier.’
‘Ik dacht, je zit hier altijd zo stil.’
‘Ik kijk.’
‘Naar?’
‘De kiezeltjes.’
‘Nee toch, het grindpad?’
‘Ja, het grindpad.’
‘Heb je een fobie of zo?’
‘Helemaal niet.’
‘Waarom dan?’
‘Elk kiezeltje een naam, John.’
‘Een naam? Gek toch?’
‘Niet voor mij.’
‘Hoezo?’
‘Treblinka John.’
‘Treblinka?’
‘Polen, de holocaust.’
‘Oh dat.’
‘Ja dat.’


Beste W Rynlandt, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie