‘Zelf al zou ik je insmeren met honing, slagroom, chocopasta desnoods, je zou nooit zoeter proeven. Jij bent mosterd, sambal, azijn. Je bent puur en prikkelend, maar ook heet en zuur. Toch kan ik niet zonder je. Niet zonder je huid, je ademhaling. Je blik die mij doet schroeien vanbinnen. Ik wil je niet blussen, niet temmen. Ik wil me warmen aan je vuur en jou brandstof geven om te vlammen. Maar verbrand me niet, ik ben bang dat er van niets overblijft dan as. As en kooltjes mij. Voor ik jou ontmoette was ik mens en vlees met hebbelijkheden. Soms ontneem je zuurstof en snak ik, zo benauwd. Elke dag snak ik naar jou.’
‘Ik hou ook van jou.’

Recente reacties