‘Dat hele zooitje regeringsleiders. Door de mosterd halen zou je ze.’
‘Hun air alleen al, alsof ze de eerste mosterdmaker van de paus zijn.’
‘Dan de oppositiepartijen. Zo fijn als gemalen mosterd, allemaal.’
‘Dat zoveel Mosterdianen zich nog mosterd in de baard laten smeren.’
‘Die suikeren de mosterd gewoon. Maar ze lachen erbij als een hond die mosterd heeft gegeten.’
‘Of ze denken: beter ham zonder mosterd, dan mosterd zonder ham. En intussen maar mosterd malen. Krijg er mosterd van op m’n staart.’
‘Ik zeg: actievoeren. Mosterd bij de kaas.’
‘Yes! Met z’n allen. Eén steen kan geen mosterd malen.’
‘Dus… wie gaan we om de mosterd sturen?’
‘Nou, ik eet me nergens meer mosterd aan. ‘k Ben daar bemosterd.’

Om het alvast voor te zijn: Zooitje of zootje? 😉
Heb ’t maar even opgezocht: kan allebei 🙂
Hardop uitgeprobeerd, zootje, zooitje, zootje, zooitje…
Ja – zooitje bekt beter.