‘Mag ik binnenkomen, mam? Ik ben steenkoud.’
‘Verdorie, Jeroen, ben je nu al thuis? Je weet dat ik ’s middags op de bank lig te lezen.’
‘Ja, maar ik zal je heus niet lastigvallen. Ik ga gelijk naar mijn kamer om te internetten. Wel moet ik eerst een paar papieren zakdoekjes hebben, want het snot loopt over mijn lippen.’
‘Ga dan meteen maar door naar de keuken. In de tweede la vind je tissues en in het linkerkastje vind je mosterd.’
‘Wat moet ik daar meedoen?’
‘Je doopt er twee vingers in en stopt die vervolgens in je neus. De slijmvliezen schrikken zich dan wezenloos, waardoor het snot niet meer uit je neus loopt. Was daarna wel goed je handen.’

Leuk de thema’s mosterd en tissue gecombineerd, Tja.
Klein puntje: ‘Wat moet ik daar meedoen?’ moet volgens mij zijn: ‘Wat moet ik daarmee doen?”
Vreselijk leuk, kan dat? Ga vooral door met mij de gepekelde werkelijkheid te tonen, Tja.
Hier moet ik wel om grinniken
Haha…dit is de meest creatieve verhaaltje.
Dat zeg ik niet omdat jij het bent, Tja.
Het is echt leuk.
Amen.