‘Je bent een kraai.’
‘Dan heb ik in ieder geval geen bezem nodig om te vliegen.’
‘Waarom deed je dat nou?’
‘Geen idee waar je het over hebt’.
‘Hou je maar dom.’
‘Is dat niet de beste oplossing?’
‘Kleine dingen kunnen later enorme consequenties hebben.’
‘En?’
‘Neem het kleinste zaadje dat bestaat. Als je het plant krijg je een enorme struik. Zo gaat dat ook met alles wat je goed en fout doet.’
‘Saai, over welk zaadje hebben we het?’
‘Dat je loog over waar je was gisteravond.’
‘Ja, maar over welk zaadje spreek je?’
‘Mosterd.’
‘Interessant. Wist ik niet.’
‘Leer er maar wat van!’
‘Dan ga zaaien en oogsten, krijgen we later lekkere mosterd.’
‘Wat ik zei, een kraai!’

Recente reacties