Karsten kwam thuis van school.
‘Leuke dag gehad, schat?’ vroeg Marina.
‘Ging wel, ‘ antwoordde Karsten een beetje lusteloos.
‘Voel je je niet lekker?’
‘Nee, niet echt. Jasper en Jonas zaten ook al te niezen en te hoesten.’
‘Ik denk dat je koorts hebt.’
Ze nam de thermometer, gaf hem een medicijn en stopte hem in bed.
‘Probeer maar te slapen. Morgen zien we wel hoe het gaat.’
Twee dagen later, was Karsten voldoende hersteld om terug naar school te gaan.
‘Heb je niet teveel gemist?’ vroeg Marina.
‘Nee, hoor. De juf was ook ziek. Ik weet ondertussen ook dat het broertje van Jonas de zippo was.’
‘De zippo?’
Marina keek hem niet begrijpend aan.
‘Oohhh, de aansteker, bedoel je …

Mooi opgebouwd verhaal, goede dialogen en een leuk plot. Soms zijn merknamen zó ingeburgerd, dat ze als eigennaam de ronde doen. Ik herinner me dat mijn vader het had over een kwatta van Verkade. Kwatta was destijds een synoniem voor chocolade. Iets soortgelijks heb je creatief gebruikt, inclusief de dubbele betekenis. Een hartje waard.
Dank je wel, Fons. 🙂
…en Karsten de sigaar ;). Leuk!
haha, ja inderdaad, Irma. Dank je wel 🙂
Els, mooie sprong van het gebruiksvoorwerp naar de ‘aansteker’
Bedankt, José 🙂