“Mmmmmm, dat ruikt veelbelovend!”
“Alles staat op tafel? Proost, schat. Dat het ons mag smaken.”
“Mooi ook die kleuren op mijn bord. Proost! Op jou en mij! Wat eten we voor lekkers?”
“Aardappeltjes uit de wok, met veel kerrie en een klein beetje zout. Het vlees is van onze eigen slager…”
“Harlinger bollen, altijd goed.”
“En ik heb rode paprika gewokt met prei en courgette. Wat gemengde kruiden er door, een teentje knoflook én tomaat.”
“Ruikt goed, klinkt goed.”
“Mmm, als ik eerlijk ben, het smaakt mij ook goed.”
…
“Zo, dat stukje vlees was heerlijk! Prima gebakken.”
“Bijzondere eter ben je. Eerst vlees, dan de rest. Wat ga je doen, schat?”
“De mosterd pakken. Dat roer ik er nog doorheen…”

Recente reacties