Bij ons eet iedereen wat de pot schaft.
‘Ik lust geen macaroni mevrouw en geen vis.’
Ze noemt me netjes mevrouw en kijkt me met haar onschuldig grote ogen aan. We hebben iemand te logeren. De hele dag hebben de kinderen plezier met elkaar. Eerlijk gezegd is een logé vaak een uitkomst, want dan kan je bijvoorbeeld de was weer eens vouwen. Een boodschappenlijstje moet ook gemaakt worden.
‘Sperziebonen lust ik ook niet. Bonen helemaal niet trouwens.’
Het is een kind dat zelfs geen patat en pannenkoeken lust.
Ze zitten uitgeput op de bank televisie te kijken, dat trekt hun aandacht.
‘En rijst?’, vraag ik.
‘Wat zegt u?’
‘Rijst?’
‘Wat?’
‘Of je worst lust!’
‘Ja mevrouw, met bloemkool en aardappelen.’


Geinig stukje 🙂