Ik heb spijt. Omdat ik een scheve schaats heb gereden ben ik door het ijs gegaan. Ik denk alsmaar: Dit valt nooit meer te repareren. Onmogelijk. Ik heb een idee: Geld. Wat wordt daar altijd over gezegd? Dat stomme geld! Ik weet het! “Geld dat stom is maakt recht wat krom is”. Stom geld! Denk ik nu werkelijk dat geld alles oplost? Ik waag het erop. Terug op de onheilsplek, waar zo te zien nog steeds het een en ander voorvalt, zie ik de mobiele schaatsenslijper druk in de weer. De munten voelen warm en plakkerig aan in mijn tot een vuist gebalde hand. Ik spreek het geld aan. ‘Klopt het dat jullie recht maken wat krom is?’ Geen reactie.

Recente reacties