“Waar zijn wij mee bezig?”
De agent op de stoep aan de andere kant keek streng en had zijn volste stem opgezet.
Wat ik echt dacht was: “Ik weet niet waar u mee bezig bent, maar ik
lette niet goed op. Anders zou ik zo dicht bij het politiebureau niet zo maar oversteken” Maar ik zei, bijna onderdanig: “Ik steek over bij rood licht.”
“Heb je haast?”
“Nee, in mijn hart ben ik eigenlijk anarchist”, dacht ik, maar uit mijn mond kwamen de woorden: “Niet echt.”
“Niet meer doen hoor, de volgende keer geef ik je een bekeuring.”
Ik zei maar niets meer, ik vond het allang goed. Maar wel dacht ik nog: “Jij onthoudt mij toch niet stomme lul.”


Recente reacties