Het is de eerste maandag van april in het jaar 2013. Tweede paasdag. Ik schuifel met mijn vrouw door de woonwinkel. Voor me staat -in een slaapkameropstelling- een man alleen. Hij kijkt naar mensen, niet naar meubels. Zijn gezichtsuitdrukking heeft iets dromerigs, zacht zouden sommige mensen zeggen. Zelf heb ik het gevoel dat hij net wakker is, zijn kleren zijn gekreukt. Alsof hij ermee opgestaan is.
Ook ik kijk niet naar de meubels. Ik kijk naar hem. Als ik dichterbij kom, probeer ik mijn blik van hem af te wenden. Hij blijft mijn aandacht trekken.
Op twee meter afstand steekt hij zijn hand naar mij uit. Ik zie een vers litteken.
‘Jezus,’ fluister ik, ‘is dit een 1 april grap?’


Wat zou op tweede Paasdag een beroerdere plek zijn: dat kruis of de meubelboulevard?
~Alsof hij ermee opgestaan is. Sterk.
Heel strak stukje!
Knap bedacht, misschien wel het laatste <3 voordat 120w onzichtbaar wordt 😉
@Hadeke dat zou een goede één-aprilgrap zijn!
Opmerking:
‘Jezus’, fluister ik, ‘is dit een 1 april grap?’
De komma na Jezus maakt deel uit van de zin, want je begint het tweede deel van de zin met een kleine letter.
@Hadeke, grappig en origineel. Hij weet de mensen wel op te zoeken.
Op twee meter afstand steek hij zijn hand naar (mist t-je)
@ineke @desiree aangepast. Dank.
@allen dank voor de reacties
Creepy! Goed stukje weer Hadeke.
Jezus, wat een goede laatste zin. 😉
Heel fraai stukje <3