Zwarter dan inktzwarte wolken verduisteren het laatste stukje maan. Vallende sterren als brandende fakkels maken een spoor van lichterlaaie. Onbereikbaar staat hij als verslagen aan de overkant. Tevergeefs reikt hij zijn hand. Het oorverdovende kraakgeluid komt angstaanjagend dichterbij en splijt als snel delende vretende wortels genadeloos de aarde dwars door het midden. Mijn hart wordt open gereten en zijn geschreeuw der wanhoop snijdend door mijn ziel maakt de wind tot laatste uitbarsting. De storm huilt keiharde ijsregen. Mijn voeten raken versteend, mijn ademhaling bevroren, de storm jankt meedogenloos snijdend koud en voel mijn lichaam overgeven aan de ijzing der verwoestende natuur. De afgrond is oneindig diep als wij worden mee gezogen in een krachtige vrije val naar wie weet waar!


Recente reacties