Ik nam het laatste karretje mee.
Toen ik me omdraaide kwam een man er ook een halen.
“Op”, zei ik.
“Ah”, zei de man vrolijk, “daar is er al een”.
Een vrouw met scheve schouders kwam haar lege kar wegbrengen. De vrouw rolde het karretje moeizaam voort.
“Hier”, zei ze, “Daar zijn we toch buurtgenoten voor?”
“Ja natuurlijk”, zei de vrolijke man en gaf haar een munt van 50 cent, “daarvoor zijn wij buurtgenoten.
Ik kan niet zo goed tegen dit soort nietszeggende bezweringen.
Daar kan ik niets aan doen. Zo ben ik opgegroeid.
Kouwe kak is me niet vreemd en al eet ik het niet ik ben er mee groot gebracht.


Recente reacties