Flakkerend licht door de spleten van de houten vloer. Gejammer, heel zachtjes. Mijn oor maar eens te luister leggen. Twee handen spatten als klauwen uit de vloer, grijpen mijn beide oren en trekken me naar beneden.
Ben inmiddels wakker geschrokken. Het was maar een droom.
Boven me brand vuur, het likt aan mijn huid. Mijn lijf staat in brand. Een satanisch monster bijt me in mijn nek en kraakt mijn wervels. Het peuzelt me langzaam op. De pijn is onbeschrijfelijk. In een zwart niets gezonken. Er is licht, het komt uit de vloer. Het flakkert, wat hoor ik? Even liggen en goed luisteren. Een staaf schiet door de vloer en kraakt mijn schedel.
Het was maar een droom. Boven me….


Huiveringwekkend; het begin van een suspense. De schijver verliest zich wel eens in dagboekachtige niemendalletjes maar schrijven kan hij wel, als hij er maar even goed voor gaat zitten.