Een schicht doorklieft met donderend geraas het monotone geluid van de pijpenstelende regen. Het elektrische natuurgeweld verblindt mijn ogen en verdooft mijn oren. De stroomstoot doet mijn mond roken als een ton, waar net nog een partij illegaal gevangen paling in is gerookt. Mijn levenssappen verlaten mijn ontspannen lijf, en worden samen met de regen weggespoeld in het rioolstelsel dat het zo zwaar heeft door afval als condooms, frituurvet en maandverband. Kruipende- en vliegende insecten worden gelokt door de onweerstaanbare geur van de dood en doen nieuwsgierig onderzoek of ik geschikt ben als kraamkamer voor hun nageslacht. Laarzen klotsen onverschillig langs mijn geëlektrocuteerde overschot. Ik ben gevonden en word gecremeerd. Ik had voor de rust van het vergaan moeten kiezen.


Als visser voel ik me aangesproken 😛
Heerlijk toch ?
Zeker en plotseling is altijd mooi 🙂
Een kunststukje: de protagonist ligt volledig aan flarden en weet het nog te vertellen. Zelfs na zijn dood houdt hij er nog een laatste wens op na. Met schrijven is alles mogelijk. Geloofwaardig? Nee. Maar wel creatief en goed leesbaar.
“Pijpenstelende regen”: geweldig!
Verhalen in de ik-vorm doen vaak iets autobiografisch vermoeden, maar daarvan is hier natuurlijk geen sprake, tenzij dit het laatste stukje van de schrijver was. Mocht dat zo zijn, dan verdient hij het vanwege zijn bovennatuurlijke gaven te worden heilig verklaard.
Terzijde: verblindt en verdooft was beter geweest.
@Fons de vermaledijde dt’s en t’s zijn verbeterd. Ik waardeer je evaluatie.
Het stuk is geschreven naar aanleiding van een bliksem dat me in mijn veilig onderkomen deed ontwaken.
Wat heb je dit mooi geschreven, Johan!