Ik droomde vannacht dat ik de laatste ijsbeer was. Op vier poten doorkruiste ik het ijzige landschap van de poolvlakte. Met mijn snuit duwde ik hoopjes sneeuw weg, op zoek naar een dun stuk ijs, waar ik een gat in zou slaan om voedsel te vangen. Ik was eenzaam en hongerig, liep rondjes om de tijd te verdrijven. Ik huilde mijzelf in winterslaap. Bij het ontwaken besefte ik mij dat ik gelukkiger was geweest dan in het wakende leven. Ik zag de blauwe lucht in plaats van de schuilkelder met haar kille metalen dak. Tijd voor ontbijt. Met een potje dode kakkerlakken in mijn hand wandelde ik naar de keuken. De zilte herinnering aan vis rammelde rond in mijn maag.

Goed geschreven en zeker een dystopie!
Beseffen is wel niet wederkerig. ‘Ik besef iets’ óf ‘ik realiseer me iets’, maar niét ‘ik besef me iets’. Het is wel iets dat je steeds meer hoort, tot in het journaal toe.
Een prachtig verhaal. Heel jammer van dat “beseffen”.