Ik kan de slaap niet vatten – Ik staar –
Naar een treurige raam en het getik
doet mij nimmer ontspannen. En alsmaar
gewaar ik haar lieflijke saffieren blik
In bed draai ik elk ganse keer om mijn henen
Altoos mijmerend en denkend aan haar
Wanneer ik verder denk en begin te wenen
Vallen de eerste zonnegloren aldaar
Zwarte mist werd nu verdreven en ontloken
zich haar rode wangetjes en haar tedere lach
Mijn hart gaat sneller en wordt bestoken
met hoge liefde en volmaakte prach
Geheel vervuld en de ogen halfgesloten
Kan ik eindelijk dromen – de hele dag –

Mooi!
Dank u wel.