Ze had net de open haard flink opgestookt, toen ze alle zeven binnenkwamen.
‘Verdikkie,’ zei ze. ‘Kijk nu toch eens wat een viezigheid jullie mee naar binnen nemen!’
Gedwee sloegen de dwergen buiten het ijs van hun laarzen en de sneeuw uit hun baarden.
‘Als er hier ooit een prins langskomt, ben ik weg,’ mopperde ze, ondertussen de hal dweilend.
‘Droom maar lekker verder, Sneeuwwitje,’ zei de oudste dwerg. ‘Jij kunt heus niet zonder ons!’
De zeven dwergen warmden hun voeten bij het haardvuur. ‘Zo, nu lusten we wel een kop hete chocolademelk.’
Ach, ze kon nooit lang boos blijven op haar dwergen, tenslotte hielden ze haar altijd warm in koude nachten. Met blozende wangen verwarmde ze glimlachend de melk.

ha, een verstandige meid, deze Sneeuwwitje, en op haar toekomst voorbereid!
Wit verwarmt ook wel.
Tegen zeven dwergen kan niemand op. Je kunt overal iemand neerleggen.
Grappig. 🙂
Ik vraag me nu wel af wat die prins daar allemaal van moet denken. Kan hij in zijn eentje die zeven dwergen vervangen? 😉
Wat bedoel je, Tja?
Zeven kleine mannen kunnen je beter verwarmen dan één grote.