De telefoon.
“Mama,” zei ik tegen Marianne, “ze rijden Luxemburg in.”
“Mama, na het tanken Luik aanhouden.”
Tien minuten later weer gerinkel.
“Papa is de pincode vergeten,” zei ik.
“Met euro’s betalen,” antwoordde Marianne.
“Mama, betaal contant.”
Even later alweer de telefoon.
“Ze zijn de grens gepasseerd,” zei ik.
“Mooi,” zei Marianne.
“Niet de Belgische,” jammerde ik, “de Duitse!”
“Mama, ga rechtsomkeert bij Trier,” zei ik zuchtend.
“Och,” meende Marianne, “ze kunnen toch in de caravan slapen!”
Tijdens het laatste telefoontje, rijdend richting Hannover, klonk moeder doodmoe en noemde ze vader zelfs bij zijn voornaam.
“Als je Nieuweschans leest,” zei ik, “zeg tegen Tom, ‘Tom, we moeten linksaf.’”
Buiten was intussen schemerig geworden.
‘Net als in papa’s hoofd,’ dacht ik.

Recente reacties