Er was eens een rijke, gierige Tibetaanse handelaar. Hij spuugde altijd naar de monniken die om een bijdrage voor de tempel vroegen. Toen de gierigaard dood ging treurde niemand om deze man. Hij werd gecremeerd zonder dat er ook maar een familielid of vriend aanwezig was.
Er moest een een karmisch correcte wedergeboorte plaatsvinden. Aldus geschiedde.
Hij reïncarneerde in een voorbeeldige vreedzame boeddhistische monnik die zijn leven lang een kudde lama’s moest hoeden. De kudde bestond uit gereïncarneerde monniken die hem uit hun vorig leven herkenden als de spugende gierigaard.
De monnik hoedde voorbeeldig en liefdevol zijn kudde lama’s.
Iedere avond mediteerde de onwetende monnik om zijn karma te verbeteren omdat hij niet begreep waarom zijn lama’s hem altijd onderspuugden.


Dat het maar een wijze les mag zijn.