Er was eens een prinses. Ze had lange blonde krullen, heldere blauwe ogen, en een schitterend gladde huid. Avond aan avond klopten er knappe prinsen op haar deur.
‘Ga je mee uit eten?’, vroeg de één.
‘Wil je mee dansen?’, vroeg de ander.
‘Kom je mee naar het theater?’, vroeg de volgende.
‘Zullen we samen paardrijden?’, vroeg de vierde.
‘Gezellig!’, reageerde de prinses telkens. Maar de ware, die zat er niet tussen. Ze raakte diep bedroefd.
Op een dag werd er weer aangeklopt. Moedeloos opende de prinses de deur.
Een lange felgele jurk was het eerste wat ze zag. Bruine haren in een vlecht gebonden. Roodgestifte lippen. Een prinses!
De prinsessen pakten elkaars hand. En lieten die nooit meer los.

Recente reacties