Met veel gevloek stormde hij de huiskamer binnen.
“godverdomme, wie heeft dat nou weer geflikt??”
De sfeer sloeg abrupt om, niemand durfde meer wat te zeggen.
Het was ons allen ook onbekend of de dader in ons midden zat.
We wisten niet eens wat er aan de hand was maar we zagen wel in zijn ogen dat hij op zijn ziel was getrapt.
Ineens begon hij alweer te krijsen: “help me mensen, ik weet het echt niet meer”
Ik kon het niet langer aanzien en besloot om op te staan en liep naar hem toe.
Ik omhelsde hem en liet hem uithuilen. Wat kon ik anders doen?
Op de achtergrond hoorde je het ruisen van de wind.

Een kunstig stukje.
Dank u!
Reageren
Ik las twee heel mooie verhaaltjes van mijn oud collega Jan van der Plas
En voelde respect omdat het heel gevoelig was
Een gevoel van daar moet ik iets mee doen
dat liet me niet gaan
En voor ik het wist ben ik aan het schrijven gegaan
Nu zie je hierdoor mijn reactie staan
Heel mooi Jan.