Er was eens een jongen die Bonk heette en voor niets en niemand bang was. Hij woonde bij zijn oma in een hoge flat en lachte om haar hoogtevrees, angst voor vreemden en voor honden. Hij balanceerde op de balustrade, groette iedereen in het donker en aaide alle Rottweilers.
Toen hij Wiesje leerde kennen was hij op slag verliefd, en zij op hem. Het meisje maakte zich zorgen om zijn roekeloosheid en wilde hem leren bang te worden. Bonk begon te lachen en riep uit: “Waar heb ik dat voor nodig?”
“Als je niet voorzichtiger wordt, maak ik het uit”, zei Wiesje kordaat.
De jongen sperde zijn ogen wijd open, keek haar wanhopig aan en sprak: “Het is je gelukt”.

liefde doet je beseffen wat je kunt verliezen: de ware angst.