Ze kondigde zich aan ergens na het einde van de winter en voor het begin van de lente. Het eerste wat ik van haar zag, was haar linkerschoen. Een dieprode linkerschoen. De deftige neus kon niet verhullen dat er zich kleine scheurtjes aftekenden in het leer. Alsof ze bij elke stap haar voet net iets te ver afrolde. Ik nam haar aandachtig in me op. Van helemaal beneden tot helemaal boven. Glanzende panty’s om haar gevormde kuiten. Een bloemetjesrok – vrolijk type? Modebewust?- met een zwart shirtje. Driekwart mouwen, V-hals. Een klein rafeltje waaraan ze nerveus stond te plukken. Plukken. Aan haar rafeltjes, haar wenkbrauwen, haar donkere krullen. Ze was het einde
van een sprookje dat ik nooit zal kennen.

Recente reacties