“Wat zit jij te stralen,” vraagt Bob als hij thuiskomt van zijn werk aan Simone.
“Het is echt een geluksdag vandaag. Vanmorgen een belafspraak of eigenlijk een videochat gehad met mijn schrijfcoach en mijn boek heeft weer een stap in de goede richting gezet.”
“Wat supergaaf; dat moet gevierd worden meissie, ik ben trots op je doorzettingsvermogen.”
Simone slikt de rest van haar verhaal even in, want er is nog veel meer, waardoor het een geluksdag is voor haar.
Als ze eindelijk bij hun favoriete wokrestaurant aangekomen zijn, zit daar ook Marie met haar man.
Simone vliegt op haar af Bob verbaasd achterlatend.
Dan kijkt Bob de man van Marie aan. Tegelijkertijd zeggen ze “Vrouwen. Ze hadden toch hoogoplopende ruzie?”

Hallo Miriam. Ja, zo zijn vrouwen, hè, ha ha. Even een hoofdletter bij je eerste woord. Wat dus. Kijk weer even naar je interpunctie. En waarom witregels in het laatste stukje?
Hoi Levja, hihi ja inderdaad wat betreft je reactie over vrouwen. Ik heb het aangepast (hopelijk de interpunctie verbeterd.
Volgens mij, maar weet dat ik ook geen expert in komma’s ben, achter worden en voor meissie ook eentje. Dan zou ik met een nieuwe zin beginnen met Ik. En ook na af en voor Bob. Hopelijk leest Han nog. Die weet goed raad met komma’s.