‘Er staat een paard in de gang.’ Droom ik dit? Nee. Het klinkt nochtans luid door mijn slaapkamer. Door het raam, om precies te zijn. Het komt dus van buiten. Hoe laat is het? Drie uur in de nacht.
‘Bij buurman Jansen.’ Nou, dat is niet mijn buurman. Welke idioot haalt het in zijn hoofd om midden in de nacht zo luid te zingen? Ik spring uit bed en steek mijn hoofd uit het raam.
Op een krakkemikkige fiets zie ik een raar figuur in rode tabberd over straat fietsen. Nou ja, fietsen? Het is eerder zwabberen op twee wielen. Hij valt nog net niet om. Hoewel? Daar gaat ie. Op zijn buik. Kruis op de rug. Heraut bij nacht.

Het weekend niet gehaald. Hi, hi.