‘Kappe nou, ouwe keilebak!’
‘Pleurt effe gauw op! Ik heb net een geeltje gelapt, nou za’k rampetampen ook.’
‘Je douwt hem maar lekker tussen de draaideur bij de Bijenkorf’.
‘Sóóó, jij hep een hoop praas’.
‘Optiefen nou! Mojje een hengst voor je harses? Wat mot je nou met je nijf? Afnokken, halleve zool je hep door m’n hempie geprikt!’.
‘Krijg de vliegende vinketering, ik gaat pleitheine’.
‘Ik weet je ponem, stuk schorem. Trees, wat sta je nou te prakkedenken? Ik ga kapot. Je mot de dokter optelefoneren’.
‘Lazerstraalt op, mankeer je wat aan je jatten? Eerst dokken, kan je daarna op het houtejassepark gaan leggen’.
Terwijl hij immekaar pleurt pakt Trees het lulijzer ’er legt er een dood te bloeien’.

Recente reacties