Ik ben een tinnen soldaatje, en ik tik mijn buurman aan.
Zullen we iets opzij gaan, we moeten spondeïsch staan.
We staan in de rij
Niemand is blij
Het is nog nooit echt goed gegaan.
We moeten zingen in vierkwartsmaat.
Versvoeten stampen hexameters op straat.
Mijn naam is Jambe,
Ben een membre inférieur du corps, een legerbeen.
Mijn maat heet Alexandrijn,
Hij heeft overal pijn, van tinnen top tot legerteen.
Zijn enjambement sneed hem in stukken,
Op plaatsen waar dat gedoemd is te mislukken.
Mijn cesuur is totaal genoteerd,
Ben er mee in de aap gelogeerd.
We roffelen voort op het ritme van de regen
We hopen op een rijmpje vol hoop en zegen
Aan ons heeft het niet gelegen.

Recente reacties