“Niet met je mond vol.”
“Dwat dwoe wik niewt!”
“Ook niet met je mond open.”
“Hijw isw diwt.”
“Niet zo schrokken, het is geen wedstrijd.”
“Bowh”
“Zou je misschien met mes en vork kunnen eten?”
“Mawr.”
“Smaakt het een beetje?”
“Jaw”
“Niet met je mond vol!”
“Eet toch eens door.”
“Ik”
“Wat doe je toch straks is het koud”
“Iwk bedwoel.”
“Zo’n maaltijd met jou is toch een uitdaging, je zegt geen stom woord, nooit of het smaakt, je werkt het als een bouwvakker naar binnen en ik zit hier met een leeg bord, te kijken hoe jij alles maalt, voor wie is dat nu leuk, het mag voor mij ook aangenaam zijn, geef eens antwoord, wat zeg je?”
“Op”


Recente reacties