Grote dikke ik. Er bleek in alle columns van de week die ik er over las, en tijdens het kamerdebat, dat er nogal wat verschillende grote dikke ikken kunnen zijn. Maar de meest voorkomende is toch vooral: de grote dikke jij. Altijd een ander. Goed. Zal ik dan maar beginnen te laten zien hoe dik ik ben?
* Ik snauw wel eens tegen een caissière.
* Ik ben een hufter op de fiets.
* Ik geef niet aan goede doelen.
* Ik misdraag me anoniem op fora.
* Ik ben niet trouw in relaties.
Nu ik aan dit lijstje begonnen ben, merk ik dat 120 woorden wat weinig zijn. Maar goed. Zo’n dikke ik ben ik dan ook wel weer. Meer kan ik niet melden!

verrassend idee!