‘Ik heb het gehad met die flauwe grappen.’
‘Joh, wind je niet zo op. Slecht voor je bloeddruk.’
‘Jij hebt makkelijk praten.’
‘Je lijdt aan het Calimerocomplex.’
‘Zou jij het leuk vinden als ze zeggen dat ze een reusachtig bed voor je hebben? Dat ze begrijpen waarom je een kingsize bed nodig hebt? En dan nog zo’n vette knipoog erbij?’
‘Ach, voor jou, als lilliputter, is een minibar toch ook erg handig? Hoef je niet te bukken!’
‘Als ik dat wil, ga ik naar Madurodam. Die receptioniste van dat hotel was gewoon laag bij de grond.’
‘Ik regel wel dat ze haar woorden terugneemt. Ik zeg dat ze te groot is voor een servet en te klein voor een tafellaken.’


Pas op voor Lijmstok! Je schreef “lilliputter”.
@Geertje, ik vraag me af of je zoiets zegt “voor jou als lilliputter….bukken” Ik zou het leuker vinden als door het verhaal blijkt dat het om een klein mens gaat zonder het woord lilliputter te gebruiken.