De rode vlekken op het witte damasten tafelkleed en de kringen op de houten onderzetter zijn stille getuigen.
Ze kijkt ernaar en ze hoort hem in gedachten weer zeggen: “Jij ook altijd met die verdomde stoofperen op kerstavond. Peren horen aan een bóóm en niet op een bord.” De peren vlogen door de lucht en kwamen overal terecht …
Ze vult de glazen met rode wijn. Ze zet de zilveren schaal op tafel. De peren glanzen zacht en hebben een dieprode kleur.
Hij gaat zwijgend tegenover haar zitten, neemt een grote slok van de wijn, kijkt haar aan en richt vervolgens zijn blik op de schaal. Zij kijkt onbevangen terug: “Eet smakelijk! Ze zijn goed gelukt dit jaar, héél goed zelfs.”


@Nel, er zijn er die een nog fijner sfeertje weten neer te zetten. Hartwaardig!
@Nel, een goede invulling van het thema. Beeldend geschreven.
Wat ik minder geslaagd vind:
Ze ziet weer hoe de peren door de kamer vlogen en overal hun sporen nalieten. Jaar in jaar uit.
Je gebruikt hier in één zin zowel tt als vt. Ze ziet het niet echt, ze ziet het voor zich. Jaar in jaar uit staat er wat vreemd bij. Alsof ze het ieder jaar ziet en alsof ieder jaar die peren door de kamer vliegen. Als dat zo zou zijn, wordt het verhaal gelijk een stuk ongeloofwaardiger.
Moeite heb ik ook met: vormen de stille getuigen. Getuigen, ook stille, worden niet gevormd, maar zijn. Het lidwoord kan hier weggelaten worden.
Dus: (…) zijn stille getuigen.
@Ineke, bedankt voor je commentaar. Je hebt helemaal gelijk met ‘zijn’ in plaats van ‘vormen’. Ik heb het aangepast. Het gedeelte met vt en tt in één zin heb ik herschreven.
Ik was daar zelf ook niet zo tevreden over.
@Nel, je stuk is er zeer op vooruit gegaan!
Mooi @Nel en leuk onverwacht, die wending! In ieder geval geen gevalletje van ‘met de gebakken peren zitten’ dit jaar 😉
Dank je, Irma. Het slot mag iedereen zelf invullen. 😉