‘Maar hoe kom je daar dan bij? Op internet is het niet te vinden.’
‘Het was mijn examenopdracht bij de typecursus. Het heette ‘Muizen moeten geen mosterd’. Er volgde een relaas over hoe je met hier en daar wat likjes mosterd muizen uit huis jaagt. Ik heb de keukenkastjes leeggehaald en grondig schoongemaakt, deed mosterd in kleine schaaltjes en zette ze daar neer.
Volgens mij hielp het geen steek: toen ik gisteren keek, zag ik dat er keutels om de bakjes lagen. Het lijkt wel of ze het als dip hebben gebruikt.’
‘En toen?’
‘Vanochtend inspecteerde ik de schaaltjes. Tot mijn ontsteltenis waren ze leeg. Ik heb gewoon de tafel voor ze gedekt!’
‘Was je geslaagd?’
‘Waarvoor?’
‘Voor die typecursus?’

Het was zeker je door een muisje ingefluisterd, iedereen weet toch dat muizen gek op mosterd zijn (de kaas gebruiken ze gewoon als excuus)
.. ik was perplex toen ik die bakjes leeg aantrof, zag ze al feestend en etend door mijn keukenkastje hossen..
Weer wat bijgeleerd! Wij krijgen ook af en toe laag bezoek. 😉
Ik hoor ook goede verhalen over pindakaas (en nee, dat is niet het thema voor een volgende schrijfwedstrijd 😉 )
Ha! Marit heeft de term “broodje-pindakaasdialoog” uitgevonden, Frank. Dat is een dialoog zonder conflict. Bladvulling. Lijkt me idd geen uitdagend thema voor een wedstrijd. 🙂
O ja, ik had hier het hartje nog vergeten. Gecorrigeerd!
Haha, hier ook laag bezoek, dus kon ik er besmuikt om lachen…