‘Dag mosterdman.’
‘Dag jongen.’
‘Ik had graag wat mosterd.’
‘Zeker jongen. Welke smaak: vanille, chocolade, banaan, stracciatella?’
‘Wat een rare smaken. U lijkt wel een ijscoman.’
‘Dat ben ik ooit geweest, jongen, maar in Nederland lust niemand vandaag nog ijsjes. Te pikant geworden, ziet u?’
‘Pikante ijsjes? Daar heb ik nog nooit van gehoord.’
‘Dat is een kwestie van tijd, jongen. In Frankrijk is het een ware hype. In Dijon, bijvoorbeeld.’
‘Is dat niet de beroemde stad van de mosterd?’
‘Wàs, zult u bedoelen. Vandaag is het de stad van het ijs geworden.’
‘Waarom verkoopt u dan geen ijsjes uit Dijon?’
‘Zoals ik al zei, die lusten de mensen hier niet.’
‘Doe me dan maar vanille.’
‘Zeker jongen. Braadworst erbij?’



Beste Lode, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie