Durf jij het te vragen?
Ik niet. Doe jij maar.
Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen.
Dat lijkt me toch duidelijk.
Nee, want anders zou ik het wel doen, toch.
Ja, in principe wel…
Maar?
Gewoon. Ik weet niet, ik vind het moeilijk.
Snap ik. Maar ik heb zo’n honger.
Weet ik. Ik ook.
Kom op. Je kunt het best.
Nog even wachten.
Ga nou.
Ja, zo meteen.
Nee, nu.
Rustig. Ik ga zo.
Als je nog even wacht is het te laat.
Echt niet.
Jawel, je zult het zien.
Wat dan? Dat ze dicht gaan, of dat het niet mag.
Oké, ik ga al. Mag ik er twee gratis met mosterd?
Nee sorry, ze zijn net op.

Ja, als regiewoorden taboe zijn, kun je net zo goed ook alle aanhalingstekens weglaten. Die hebben dan geen functie meer, tenminste niet in een afgerond stukje.
Aardig stukje. Alleen jammer dat je via de titel meteen weet dat het om een voedselbank gaat. Het lijkt me beter als je daar als lezer in de laatste regels pas achter komt.
Ik was de titel alweer kwijt toen ik het stukje las, maar was blij dat die ik ‘m vond toen ik het uit had gelezen. Misschien had ik er zelf na een paar keer lezen achter gekomen, maar vind het ook wel weer fijn dat ik een stukje maar 1 keer hoef te lezen om te weten waar het over gaat. Leuk! Hartje.
Herkenbaar, zo’n onzeker type. Als je geen Voedselbank als titel had, had je ook de indruk kunnen geven dat het in de kroeg was.