Je hield van de natuur in al zijn facetten. Van een vriend had je veel over planten en vogels geleerd. Toen je mij leerde kennen, leerde je over insecten. Over hoe ze leven en hoe belangrijk, ja onmisbaar, ze zijn voor het leven op aarde. Je fotografeerde ze, je las over ze. En je maakte je grote zorgen over de afname van hun aantallen.
Wanneer we buiten liepen, zei je: ‘Zie jij insecten? Er zijn zelfs geen vliegen!’
Over de moderne weiden met één soort gras en geen bloemen, werd je boos: ‘Dit is toch schandalig! En dan vragen ze zich af waarom er geen weidevogels meer zijn!’
Want je wist het: zonder bloemen geen insecten en daarom geen vogels.


Recente reacties