Het waren beklemmende nachtmerries. Léon werd daaruit bezweet wakker, waarna hij enige minuten stijf als een plank bleef liggen. Hij kon zich daardoor op school niet meer concentreren.
“Doet hij vaker zo?” vroeg zijn lerares.
“Ja. Het is een vleugje autisme,” wimpelde Léons moeder het probleem weg. “Neemt wat hij nog niet kent letterlijk. Niets ernstigs.”
Het schoolbezoek aan de kuiper was dan ook geen succes geworden. Bij de teilen en kuipen was er nog niets aan de hand, de tonnen met hun hoepels en huigen werden welwillend bekeken. Achterin de werkplaats stonden echter voorbeelden met uitleg van wat de kuiper nog meer kon maken: het vaatje rum, het kruitvat, het biervat, het wijnvat. Daaronder had iemand gekrabbeld: handvat, bloedvat.


@Jack, Kijk hier nog even naar: Hij kon zich door op school niet meer concentreren. Origineel bedacht los van de vraag of een autist zich dat op die manier bedenkt.
Bedankt, aangepast. Van die autist (vleugje!), dat klopt wel.
Hier word ik altijd stil van.
Gewoon het rijtje met ‘vat’ aangevuld, zonder na te denken over de betekenis.
@Desiree De verteller bedenkt dit, niet Leon.
Geslaagd verhaaltje. Je hebt wel een kunstgreep moeten bedenken om het themawoord te verwerken. Goed opgelost, want het komt zo best natuurlijk over.
Nee, geen kunstgreep. Vanaf het begin af aan: handvat = een vat waar een of meer handen inzitten, analoog aan biervat, etc. Dat was de premisse.
Oke. Een goede greep in plaats van kunstgreep. 😉
Knap geschreven, ik had eerst wel even moeite om het te volgen. Voor ons is dit niet zo logisch, vandaar natuurlijk.