Het lichtgewicht Wicht fietst tegen de wind in.
Het licht weerkaatst in haar bruine ogen.
Haar licht getinte huid is zijde zacht.
Zij fietst naar haar vriend die wacht.
Al lang verloofd en licht in haar hoofd.
Hij belde en had haar een ring beloofd.
Al jaren ligt hij in coma en lacht.
Hij voelt in zijn geest dat zij naar hem lacht.
Hoe kan dat, hij belt, het Wicht versneld.
Hoe kan hij mij bellen en zeggen, een ring.
Zij verschijnt aan zijn bed en zingt een gebed.
Hij kijkt haar stralend aan, zij laat een traan.
Wie ben jij lieve schat, wacht jij op mij.
Wicht, mijn licht, mijn hart.

Recente reacties