Terug had ik wind mee, gelukkig. Want het was een straffe westenwind die ik op de heenweg pal tegen had. En pal tegen wil in ons polderlandschap zeggen dat er hard gewerkt moet worden. Terug ging dus een stuk makkelijker waardoor ik meer oog voor de omgeving had.
En dat zorgde er dan weer voor dat ik links van de weg, aan het hek van een grote boerderij, een bord zag hangen: ‘Pas op, waakhond’. Ik begreep de aanmoediging niet. Is het niet juist zo dat die waakhond is aangenomen om op te passen?


Misschien is de waakhond wel ziek en is er dringend oppas nodig!
Heerlijk die ambiguïteit van het Nederlands. Die jongen beet de hond.
De meeste honden waken niet, zij slapen ruim 15 uur per dag.
In dat opzicht ben je beter af met een giraffe, die slapen een half uur per etmaal of iets in die richting.