Ze sjouwde van kroeg naar kroeg. Nee, haar voeten deden niet zeer. Lopen was ze gewend. Stad en land liep ze af. Op zoek naar, ja, naar wat? Haar hart bonsde onrustig. Hoe meer kroegjes zij bezocht, hoe eenzamer zij zich ging voelen. De schroeiende pijn van een onbeantwoorde liefde werd ook deze keer niet geblust. Ze keek opzij naar de vrolijke mensen en probeerde mee te doen. Maar haar hart bleef koud en haar glimlach onzeker en hopeloos onecht. Eenmaal in de auto op weg naar huis, klonk het op de radio: “Where do you go to my lovely, when you’re alone in your bed.” In haar oog welde een traan, die zich een weg parelde naar haar spijkerbroek.

Recente reacties