‘Ik wist niet dat ik het in me had,’ zei de vrouw. ‘Door al dat gedoe ben ik ook weer gaan roken.’ Driftig tikte ze de as van haar sigaret, nam een forse haal en keek haar vriendin uitdagend aan. ‘Toen het mij overkwam, wilde ik maar één ding: erop los meppen. Ze moeten met hun poten van mijn spullen afblijven!’
‘Rustig, iedereen kan meegenieten,’ lispelde haar vriendin op het terras.
‘Nou en? Het tuig dat airbags uit auto’s steelt, moest zich schamen. Ze gaan er waarschijnlijk prat op dat ze nooit inbraaksporen achter laten. Een breekijzer is een lachertje voor ze. Gewoon beveiligingscodes kraken. Mobiel bandatisme heet dat tegenwoordig.’
Ze schoot de sigarettenpeuk weg. ‘Nicotinevandalisme is nog altijd beter.’


@Geertje; strak verhaal…
Geertje, goede invulling van het thema en goed geschreven ook.
– suste haar vriendin op het terras
Sussen is een overgankelijk werkwoord en daarom moet het samengaan of kunnen samengaan met een lijdend voorwerp. Dat is hier niet het geval.
– Ze zijn waarschijnlijk nog trots dat ze dat ze geen inbraaksporen hebben achtergelaten.
Hier mist een woord. Men is ergens trots op of mee. In deze zin zou zou het ook nog trots omdat kunnen zijn.
Thanks @Desiree.
@Ineke: ik heb net wat correcties doorgevoerd. Dank voor je opmerkingen&uitleg! Heel waardevol.
@Geertje, zo is je stuk een stuk beter geworden. Het leest vlot.
Hoi @Ineke. Ja, vind ik zelf ook 😉 Dank!
@Geertje Welkom 😉
banditisme toch ipv bandatisme