Netjes mijn haar gekamd.
Baard getrimd.
Geurtje op mijn lijf geramd.
Nette kleren liggen klaar.
En ben mezelf kwijt, mijn identiteit.
Op het werk zegt de baas wat te doen,
waar ik zit,
waar ik sta.
Ik moet overwerken voor wat extra poen,
en raak mezelf kwijt, mijn identiteit.
Mijn auto in de garage.
Mijn vrouw in de keuken.
Mijn kinderen vroeg op bed.
Alles op zijn plek.
Maar ik ben mezelf kwijt, mijn identiteit.
Ik vraag me af wie ik ben,
waarom ik mezelf niet herken.
‘Maar we hebben toch een fijn gezin?’
Huisje boompje beestje.
Ik ben mezelf kwijt, mijn identiteit.
Ik wil zuipen, feesten, neuken met wie maar wil.
Ik ben al mijn vrienden kwijt, mijn identiteit.


@DeFrysk, heb je het al eens geprobeerd zonder hoofdletters en interpunctie?
Ik probeerde de sfeer te benadrukken met interpunctie en hoofdletters.
@DeFrysk vind je dat de sfeer zo minder goed getroffen is?
auto in de garage
vrouw in de keuken
kinderen vroeg op bed
alles op zijn plek
maar mezelf ben ik kwijt
mijn identiteit