Met een klap sloeg hij zijn wekker uit.
Na zich klaargemaakt te hebben loopt hij naar beneden.
Kijk verbaast in de koelkast.
Wat? Er zijn geen boterhammen klaar gemaakt?
Hij wil zijn zelfgemaakte boterhammen in zijn aktetas doen.
Op zijn vertrouwde plek onder de kapstok staat hij niet.
Zeker op kantoor laten staan.
En gaat naar zijn fiets met zijn boterhammen in een tasje.
Straks op kantoor ontbijt hij wel bij zijn eerste beker koffie.
Fluitend vervolgt hij zijn weg.
De route kan hij dromen.
Op kantoor aangekomen wenst hij âGoedemorgenâ tegen de baliejuffrouw.
Zit er nou iemand anders op zijn plek?
âHee Henk wat doe jij nou hier?â.
âwerkenâ.
“Maar je werkt hier al een jaar niet meerâ.


@Nell tijd voor een bezoekje aan de huisarts of is het uit gewoonte geweest đ
Weet je, ik kan me dit nog voorstellen ook.
Heb je bewust voor 119 woorden gekozen?
@Levja – ik denk dat Nell het in Word heeft getypt en de 120w zijn inclusief de titel…
@Nell
Ik heb de nodige taalzeurtjes.
– je begint met v.t. en gaat dan over op t.t.
– kijkT verbaasD
– klaargemaakt (aaneen)
– zelfgemaakte is overbodige uitleg, gezien de voorgaande zin
– wenst hij de baliejuffrouw ‘goedemorgen’ (niet: wensen tegen)
– Henk tussen komma’s (hij wordt aangesproken)
– Gewoonlijk schrijf je hĂ©, niet hee. Ik zou ‘nou hier’ omdraaien.
“Werken.” (met hoofdletter) Punt binnen de aanhalingstekens, net als bij laatste zin.
Ik hoop niet dat ik je afschrik. De plot is leuk.
Pijnlijk, maar goed geschreven.