Het is een mooie zomer dag. Ik ben aan het fietsen in Groningen en pauzeer op een bankje nabij de Freaylemaborg. Ik tuur op mijn fietskaart om een volgend doel te zoeken, terwijl er een oud mannetje met rollator naast me gaat zitten.
“War kom joe dan vandoan?” Ik versta hem net genoeg. “Alkmaar”, zeg ik. “Oh, gaat hij verder, joe hebbe die Spanjaarden eruit krege hé?”
Hij doelt op het Alkmaars ontzet, tijdens de tachtigjarige oorlog.” Maar jullie hebben het ook niet makkelijk gehad, met die SS in het Scholtenshuis”, antwoord ik hem, met mijn bescheiden historische kennis. Hij kijkt me verbaasd aan. “Moi, deerne, dat joe dat wèt as Westerling. Ze hebbe deer mien beste maat kreupel geslagen.”

– zomer dag
is één woord. Zomerse dag kan wel, als het woordental gelijk moet blijven